Luitenant-generaal der Genie A.V. van den Wall Bake
Gouverneur der KMA van 1964 - 1969.

Gouverneur van de Wal Bake 

Voorganger
W.C.H. van Reede
Overzicht Gouverneurs Opvolger
J.N. Mulder

 


 

Alexander Vasmer van den Wall Bake werd op 6 juni 1911 te Arnhem geboren en arriveerde op 26 september 1928 als Cadet der Genie op de Kon. Mil, Academie. Na een voorspoedige studietijd volgde op 2 augustus 1931 zijn benoeming tot Tweede Luitenant der Genie, waarna hij geplaatst werd bij het 1e Bataljon Regiment Genietroepen te Utrecht        
Na zijn bevordering tot 1e Luitenant der Genie op 29 augustus 1933 volgde plaatsing bij de Afdeling Speciale Diensten van het Regiment Genietroepen te Utrecht gevolgd door een overplaatsing naar 's-Gravenhage in 1936.
In de rang van Kapitein, sinds 18 augustus 1939, maakte hij de mobilisatie mee van 1939 en de oorlog van mei 1940. Op 15 mei 1942 werd hij met vrijwel alle Nederlandse beroepsofficieren in Duitse krijgsgevangenschap weggevoerd. Gedurende drie jaar verbleef hij in Duitse gevangenkampen: maar hij besteedde zijn tijd wel op zeer nuttige wijze. Samen met de Kapitein van het KNIL M.van den Heuvel, die in 1946 in lndonesië zou sneuvelen, was Kapitein van den Wall Bake de ziel van een organisatie; die zich ten doel had gesteld ontvluchtingspogingen te coördineren en op verantwoorde wijze ten uitvoer te brengen.
Deze weldra vermaarde "reisvereniging" die in enige Engelse boeken over krijgsgevangenkampen beschreven staat, stelde in totaal 230 Nederlandse krijgsgevangenen in staat te ontsnappen. Bovendien was het succes van de "reisvereniging" een stimulans voor de geestkracht van alle krijgsgevangenen. Toen de Kapiteins van den Heuvel en van den Wall Bake naar het kamp Tittmoning in Beieren werden ,overgeplaatst' gingen zij ook daar met hun belangrijke werk door.
Een neef van Churchill, Luitenant Giles Romilly, een van de prominente gevangenen, kon dank zij hun organisatietalent ontsnappen. Op 31 mei 1945 kwam er een einde aan deze periode toen Kapitein van den Wall Bake terugkeerde uit Duitse krijgsgevangenschap, waarna hij op 30 september 1945 werd tewerkgesteld bij het Detachement Londen van de Koninklijke Landmacht.
Op 1 augustus 1946 werd hij bevorderd tot tijdelijk Majoor der Genie en een maand daarna volgde zijn benoeming tot Commandant van de Kaderschool der pioniers en de school Reserveofficieren der Pioniers.
In de rang van Kapitein werd hij op 1 februari 1947 toegelaten als leerling tot de HKS te 's-Gravenhage, welke hij na volbrachte studie in 1948 verliet waarna hij op 8 april 1948 werd tewerkgesteld bij het Hoofdkwartier van de Generale Staf.
In dat jaar 1948 werd hem ook het Bronzen kruis toegekend, wegens het "met grote opofferingsgezindheid helpen ontvluchten van andere Nederlandse militairen uit Duitse krijgsgevangenschap en het in veiligheid brengen van een door de vijand als zeer belangrijke gijzelaar beschouwde Britse officier".
Weer tijdelijk benoemd tot Majoor op 20 april 1948, volgde op 23 oktober 1948 zijn definitieve benoeming in deze rang.
Van 6 november   1948 tot 1 november   1950 werd hij als Nederlandse vertegenwoordiger geplaatst in de Londense Staf van Veldmaarschalk Montgomery, Voorzitter van het Comité van Opperbevelhebbers der Westelijke Unie, de doorloper van de NAVO. In deze functie werd hij tijdelijk aangesteld tot Kolonel.
In november 1950 keerde Kolonel van den Wall Bake weer als Majoor terug in Nederland waar hij in functie trad als Hoofd G-4 van de Generale Staf, maar hij werd tegelijkertijd aangesteld tot Luitenant-Kolonel van de Generale Staf welke rang effectief werd op 16 juni   1951 .
Op 1 oktober 1953 werd Luitenant-Kolonel van den Wall Bake benoemd tot Kolonel van de Generale Staf en gelijktijdig aangesteld tot 2e Sous-chef van de Generale Staf.
De Kolonelsrang werd effectief op 1 november 1953 waarbij hij gelijk- tijdig werd belast met de waarneming van de functie van Chef van de Kernstaf van het Basiscommando.
Op 1 maart 1955 volgde de plaatsting als "Deputy Chief of Staff '' bij Headquarters Nothern Army Group te Mönchengladbach, waaraan de tijdelijke rang van Brigade-generaal was verbonden.
Aan deze buitenlandse staffunctie kwam een einde op 16 juli 1957 toen zijn benoeming werd bekendgemaakt als plaatsvervangend Commandant van de 7 December Divisie, gevolgd door de bevordering per 1 november 1957 tot Generaal-Majoor en zijn benoeming tot Commandant van de 7 December Divisie.
Op 1 augustus 1959 werd Generaal-Majoor van den Wall Bake benoemd tot plaatsvervangend Chef van de Generale Staf.
In deze functie kreeg de Generaal een veelvuldig contact met de KMA te Breda, want toen er in verband met onderwijsherziening aan de KMA een Commissie van Advies werd ingesteld werd de plaatsvervangend Chef van de Generale Staf tot voorzitter benoemd.
In die kwaliteit gaf de Generaal op 8 oktober 1960 tijdens een vergadering van alle docenten een uiteenzetting over de reorganisatie van het onderwijs en toen op 9 januari 1961 de Staatssecretaris van Defensie tijdens een persconferentie de onderwijsherziening introduceerde bij de Nederlandse pers gaf Generaal-Majoor van den Wall Bake een technisch inzicht in deze materie.
Op 1 november 1961 volgde zijn bevordering tot Luitenant-Generaal en toen op 24 november van dat jaar het Curatorium en de Raad van Gouverneur en Assessoren van de Kon. Mil. Academie werden geïnstalleerd werd Luitenant-Generaal van den Wall Bake benoemd tot Curator en plaatsvervangend President-curator.
Op 1 mei 1962 werd hij benoemd tot Chef van de Generale Staf, tevens Bevelhebber der Landstrijdkrachten als opvolger van Luitenant-Generaal Le Fèvre de Montigny. Hij was na de legendarische Generaal Snijders de eerste Officier van het Wapen der Genie die deze topfunctie zou bekleden.
Tot 1 januari 1964 bleef hij als hoogste Chef van het Leger werkzaam. Van 17 april 1964-7 mei 1964 maakte Luitenant-Generaal van den Wall Bake een studiereis naar de Verenigde Staten en Canada en bracht oriënterende bezoeken aan de U.S. Military Academy in West Point de U.S, Air Force Academy in Colorado Springs en het Royal Military College te Kingston.
De Koninklijke Militaire Academie waarvoor hij zoveel belangstelIing had getoond mocht hem verwelkomen als 30e Gouverneur op 25 juli 1964, de dag waarop het Commando over de KMA aan hem werd overgedragen door Generaal-Majoor der Cavalerie W. C. H. van Reede           

 


 

STAAT VAN DIENST
 6 juni 1911  Geboren te Arnhem
 26 sept 1928 - juli 1931  Cadet aan de KMA te Breda voor het volgen van de Genie-opleiding
 2 aug 1931 Benoemd tot 2e Luitenant der genie bij het 1e bataljon genietroepen te Utrecht.
 29 aug 1933 Bevorderd tot eerste Luitenant der Genie en geplaatst bij de Staf van de geniecommandant voor Speciale Diensten.
 1936  Naar de Centraal Inundatie- en technisch Bureau van de genie
 18 aug 1939  Bevorderd tot Kapitein der genie
 15 mei 1940- 31 mei 1945  In Duits krijgsgevangenschap.
 30 sept 1945 - 19 okt 1945  Tewerkgesteld bij het Detachement Londen der Koninklijke Landmacht.
 1 aug 1946  Tijdelijk bevorderd tot Majoor
 1 september 1946  Benoemd tot Commandant Kaderschool Pioniers en van de school Reserveofficieren Pioniers
 1 febr 1947  leerling der Hogere Krijgsschool met de rang van Kapitein
 1 maart 1948  Bij K.B. van genoemde datum, nr 62 werd aan hem het Bronzen Kruis verleend.
 23 oktober 1948  Bevorderd tot Majoor.
 6 nov 1948  Tijdelijk beoemd tot Kolonel en geplaatst in de Londense van de Voorzitter van het Comié Opperbevelhebbers der Westelijke Unie
 1 nov 1950  benoemd tot Hoofd G-4 van de generale Staf met de rang van Majoor, echter tijdelijk bevorderd tot Luitenant-kolonel.
 16 juni 1951  Luitenant-kolonel
 1 oktober 1953  Sous Chef van de generale Staf met de tijdelijke rang van Kolonel
 1 nov 1953  Kolonel en tevens belast met de waarneming van de functie van Chef van de Kernstaf van het Basis commando
1 maart 1955  Tijdelijk bevorderd tot Brigade-generaal en tewerkgesteld als Deputy Chief of Staff, Headquarters Nortag te Münchengladbach.
 16 juli 1957  Plaatsvervangend Commandant 7 december Divisie.
1 nov 1957 Commandant 7 december Divisie en bevorderd tot Generaal-majoor.
1 aug 1959 Plaatsvervangend Chef van de Generale Staf
1 mei 1962 - 1 janu 1964 Chef van de Generale Staf tevens Bevelhebber der landstrijdkrachten
1 aug 1964 Gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie
26 jan 1969 Bij K.B. no 37, met ingang van 5 juli 1969 eervol ontheven van zijn functie van Gouverneur.
1 juli 1969 Bij bevordering benoemd tot Commandeur in de orde van Oranje-Nassau.

 


 

ONDERSCHEIDINGEN
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
Bronzen Kruis
Officier in de Orde
van Oranje Nassau
Ereteken voor langdurige dienst als Officier met cijfer XXXV
Huwelijksmedaille 1937
Oorlogsherinneringskruis met gesp: Nederland Mei 1940
Commandeur in de Orde van het legioen van Eer (Fr)
Officiersinsigne "Orde des arts et des Lettres (Fr)

 

 


 

Naam- ranglijsten der officieren.
Legerkoerier, mei 1962 en augustus 1969
Hondervijftig jaar Generale staff. 1964
Reid, P.R. The Colditz story. 1952
Reid, P.R. The Latter days. 1953
Wall Bake, A.V. van den. Verslag van een studiereis betr. de opleiding van beorepsofficieren in de Verenigde Staten en Canada.
Wall Bake, A.V. van den. Ontvluchtingen uit Duitse krijgsgevangenschap. 1956
Dagblad de Stem, 8 april 1964, 3 juli 1969, 7 juli 1969.
Jaarredes Gouverneur KMA 1964- 1968.

 


 

Vier bewoners van het Blokhuis
Vier bewoners van het Blokhuis. van Links naar rechts de Gouverneurs M.H. von Meyenfeldt, A.V. van den Wall Bake, J.N. Mulder en W.K. Brederode

 

Generaal-majoor der Infanterie  C.J.H. van der Harst
Gouverneur der KMA van 1929 - 1934

 Gouverneur van der Harst

 

Voorganger
G.G. van Everdingen
Overzicht Gouverneurs Opvolger
H.C.G. Baron van Lawick

 

EC.J.H. van der Harst werd op 7 november 1876 te Utrecht geboren en trad op 1 oktober 1894 als volontair in dienst van het 4e regiment Infanterie bij de Militaire School te Haarlem, een der toenmalige Instituten voor de opleiding tot officier. Na de voorbereidende praktische cursus te hebben gevolgd en de twee studiejaren van de Militaire School te hebben doorlopen werd hij op 20 september 1987 benoemd tot 2e Luitenant der Infanterie en ingedeeld bij het 2e Bataljon van het 3e Regiment infanterie te Middelburg.
Na in maart 1903 te zijn bevorderd tot 1e Luitenant der Infanterie werd hij in 1904 overgeplaatst naar het 10e Regiment Infanterie en aangesteld tot adjudant van de bataljonscommandant van het 4e Bataljon te Haarlem.
In 1907 werd Luitenant van der harst gedetacheerd bij de Hogere Krijgsschool te ’s-Gravenhage ter bijwoning van de cursus voor algemene krijgskundige studiën.
Na een succesvolle studie werd hij in 1910 ingedeeld bij het 4e Regiment Infanterie en gedetacheerd bij de commandant van de 1e Divisie te ’s-Gravenhage.
Deze detachering werd na een jaar weer beëindigd, waarna zijn overplaatsing volgde naar het 3e Bataljon van het regiment infanterie te Gouda .
In november 1912 werd hij voor een jaar tewerkgesteld op het bureau van de Chef van de Generale Staf te ’s-Gravenhage.
Na in september 1913 te zijn bevorderd tot kapitein der Infanterie werd hij geplaats bij het 1e bataljon van het 6e Regiment Infanterie te Breda, bij welk regiment hij de mobilisatie van 1914 meemaakte. Hij werd toen bij de grensdienst  geplaatst en daarnaast belast met de opleiding van reserveofficieren.
In het 1916 werd van der Harst benoemd tot kapitein van de Generale Staf en naar de generale Staf  werd toegevoegd. In dezelfde rang werd hij in 1921 overgeplaatst naar de IIe Afdeling (Generale Staf) van het Departement van Defensie. In Augustus 1924 werd hij bevorderd tot Majoor van de Generale Staf en het jaar daarna benoemd tot Hoofd van de IIe Afdeling van het Departement van Defensie. In deze zeer verantwoordelijke functie bleef hij werkzaam tot 3 mei 1929, nadat hij in oktober 1926 was bevorderd tot luitenant-kolonel van de generale Staf. In mei 1929 werd hij gedetacheerd bij de Kon. Mil. Academie, waarna Luitenant-kolonel van der harst met ingang van september 1929 werd benoemd tot Gouverneur der KMA. De navolgende gebeurtenissen, die zich tijdens zijn ambtsperiode afspeelden, zijn vermeldenswaardig:
In 1931 woonde de Senaat van het Cadettencorps de plechtigheden bij van het 100-jarige herdenking van de heldendood van J.C.J. van Speijk en het jaar later- op 19 december 1932 – vormden de cadetten een erewacht te Ginneken, bij het 100-jarige herdenking van de strijd rond de Citadel van Antwerpen.
In 1933 werd het eeuwfeest gevierd van de geboorte van Prins Willem van Oranje. Ook op de Kon. Mil. Academie werd deze gebeurtenis herdacht. In tegenwoordigheid van vele autoriteiten en het volledige cadettencorps werd onder de Henricuspoort een gedenkteken aangebracht.
In dat jaar werd H.M. Koningin Wilhelmina door het Nederlandse volk gehuldigd ter gelegenheid van haar 35-jarige regeringsjubileum.
Op 9 september 1933 werd er in het Olympisch stadion te Amsterdam een nationaal huldiging defilé gehouden, waaraan ook werd deelgenomen door een 60- tal cadetten, die daarna de erewacht betrokken voor het Paleis op de Dam.
In 1934 overleed H.H. Koningin- Moeder Emma en korte tijd daarna Z.K.H. Prins hendrik. Bij de begrafenis van H.M. de Koningin – Moeder Emma vormde het cadettencorps de erewacht  op de groet markt te Delft, terwijl  de vaandelwacht met het Vaandel  stond opgesteld bij de ingang van de grafkelder.  Ook bij de begrafenis van Z.K.H. Prins hendrik op 11 juli 1934 vormden de Cadetten de erewacht en waren de Senaat en de Vaandelwacht met het Vaandel als erewacht bij de grafkelder opgesteld.
Op 1 mei 1934 werd Luitenant-kolonel van der harst bevorderd tot Kolonel en ruim 2 jaar later volgde zijn benoeming tot generaal-majoor der infanterie.
In mei 1934 bereikte hij de pensioengerechtigde leeftijd en werd hem op zijn verzoek eervol ontslag verleend uit de militaire dienst.  Dit ontslag werd hem op de meest eervolle wijze verleend, waarbij hij tevens werd bevorderd tot Luitenant-generaal der infanterie.
Na zijn pensionering woonde Luitenat-generaal van der harst in ’s-Gravenhage, waar hij op 13 maart 1938 op 61-jarige leeftijd overleed. De teraardebestelling vond plaats op 16 maart 1938 op Oud Eik en Duinen


 

STAAT VAN DIENST
 1 okt 1894  Leerling van de voorbereidende practische cursus van de Militaire School te Haarlem
 1895-1896 Volontair-Sergeant 1e en 2e studiejaar aan de Militaire School te Haarlem. 
20 sept. 1897  Benoemd tot 2e Luitenant der Infanterie en geplaatst bij het 2e bataljon van het 3e Regiment infanterie te Middelburg. 
3 maart 1903  Bevorderd tot 1e Luitenant der Infanterie. 
1904  Naar het 10e regiment Infanterie en aangesteld als Luitenant-adjudant van de bataljonscommandant van het 4e Bataljon te Haarlem. 
1 nov 1907-1910  Gedetacheerd bij de Hogere Krijgsschool te ’s-Gravenhage. 
1910-1911  Ingedeeld bij het 4e Regiment Infanterie en gedetacheerd bij het Commando van de 1e Divisie te ’s-Gravenhage. 
1911-1912  Geplaatst bij het 3e Bataljon van het 4e regiment Infanterie te Gouda.
1 nov 1912-1 nov 1913  Tewerkgesteld op het Bureau van de Chef van de Generale Staf te ’s-Gravenhage.
1 sept 1913  Bevorderd tot kapitein der Infanterie en te rekenen van 1 nov. 1913 af geplaatst bij het 1e bataljon van het 6e Regiment Infanterie te Breda. 
1914-1916  2e Bataljon van het 6e regiment Infanterie te Breda. 
16 okt 1916  Benoemd tot kapitein van de Generale Staf en overgeplaatst naar de Generale Staf. 
1916-1921  Geplaatst bij de Generale Staf te ’s-Gravenhage. 
1921-1925  Geplaatst bij de IIe Afdeling van het Departement van Defensie. 
1 aug 1924  Bevorderd tot majoor van de Generale Staf. 
1925-1929  Hoofd van de IIe Afdeling van het departement van Defensie. 
2 okt. 1926  Bevorderd tot Luitenant-kolonel van de generale Staf. 
1 mei 1929  Gedetacheerd bij de Kon. Mil. Academie. 
1 sept 1929- 1 nov 1934 Gouverneur der KMA. 
1 mei 1930  Bevorderd tot Kolonel der Infanterie. 
1 nov 1932
Bevorderd tot Generaal-majoor der Infanterie
1 nov 1934 Eervol ontslag uit de militaire dienst als Luitenant-generaal der Infanterie
13 maart 1938 Overleden te ‘s-Gravenhage.

 


 

ONDERSCHEIDINGEN

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
Officier in de orde van Oranje-Nassau.
Ereteken voor langdurige dienst als officier met het cijfer 35.
Watersnoodmedaille in zilver.
Commandeur 2e klasse in de orde van het Zwaard (Zweden).


 

Ofschoon het niet de gewoonte was dat het portret van een nieuw opgetreden gouverneur in de Almanak verscheen, meenden wij met deze gewoonte te moeten breken. Want is het niet van heel groot  belang voor de cadet- ten, wie hun Gouverneur geworden is?
Het jaarverslag vermeldt kort en zakelijk, dat op donderdag, 2 Mei 1929, het corps werd voorgesteld aan den luitenant-kolonel van den Generalen Staf C. J H. van der Harst gedetacheerd bij de Koninklijke militaire academie Het klinkt al heel gewoon en toch was dit zeker geen gewone gebeurtenis; immers het was de eerste kennismaking van de cadetten hem die binnen enkele maanden hun Gouverneur zou zijn. Tusschen dat tijdstip en het heden ligt nog maar een betrekkelijk kort tijdsverloop, maar reeds hebben allen blij vele gelegenheid kunnen opmerken met hoeveel energie de Gouverneur zich aan zijn nieuwe taak gewijd heeft, hoeveel reeds in het belang van Academie en corps door hem tot stand is gebracht hoe hij ons, cadet ten, steeds terwille is, hoezeer hij met het corps weet mede te leven. Leden van het corps cadetten, op ons ligt thans de groote plicht er zorg voor te dragen, dat onze houding deze welwillendheid en dit medeleven bestendigt.

De redactie van de Almanak

 

Generaal-majoor der Artillerie  G.G. van Everdingen
Gouverneur der KMA van 1923 - 1929

Gouverneur van Everdingen  

 

Voorganger
Jhr. J.H. Röell
Overzicht Gouverneurs Opvolger
C.J.H. van der Harst

 


 

Gerrit Gijsbertus van Everdingen werd geboren in het jaar 1871 en werd in 1887 toegelaten tot het eerste studiejaar van de Artillerie-cursus te Delft, waar als onderdeel van de toen bestaande Hoofdcursus onderofficieren werden opgeleid tot officier.
De opleiding in Delft duurde 3 jaar en op 4 november 1890 werd hij benoemd tot 2e Luitenant der Artillerie en geplaatst bij de 9e Compagnie van het 2e Regiment Vestingartillerie te Naarden, waarna hij in het volgende jaar werd geplaatst bij de 8e Compagnie van genoemd Regiment eveneens te Naarden.
In 1894 werd hij overgeplaatst naar Zwolle en belast met het materiaal van het 1e regiment Vestingartillerie.
In april 1896 werd hij bevorderd tot 1e Luitenant, waarna hij in september van dat jaar geplaatst werd op de Kon. Mil. Academie te Breda als leraar in de Artillerie-wetenschappen.
Die functie heeft hij 9 jaar uitgeoefend, waarna Luitenant van Everdingen in 1905 werd aangesteld tot luitenant-adjudant van de Gouverneur van der KMA.
Als zodanig bleef hij op de KMA tewerkgesteld tot september 1912, waarna hij werd overgeplaatst naar het 4e Regiment Vestingartillerie en gedetacheerd bij IIe Afdeling (Generale Staf) van het Departement van Oorlog.
In de periode 1910 tot 1913 was hij lid en secretaris van de Staatscommissie voor de reorganisatie van het militaire onderwijs.
Nadat kapitein van Everdingen in 1913 organiek was ingedeeld bij de Staf der  Artillerie werd hij in 1915 aangesteld tot Kapitein-adjudant van de Minister van Oorlog.
In 1916 volgde zijn overplaatsing naar het 2e Bataljon van het 3e Regiment Vestingartillerie te Utrecht, waar hij optrad als commandant van de houwitsercompagnie. Bij dit Regiment beleef hij in functie tot Maart 1918, nadat hij in 1917 overgeplaatst was naar het 3e Bataljon te ’s-Gravenhage.
In maart 1918 werd hij bevorderd tot majoor der Artillerie bij de Staf der Artillerie en gelijktijdig overgeplaatst naar de KMA, waar hij werd benoemd tot Eerste officier.
Tot aan zijn pensionering zou hij op de KMA blijven. In februari 1922 werd hij bevorderd tot Luitenant-kolonel en nadat generaal-majoor Röell op 1 mei 1923 als gouverneur van de KMA met pensioen was gegaan werd Luitenant-kolonel Everdingen per gelijke datum belast met de waarneming van de functie van Gouverneur. Bij het begin van het cursusjaar 1923-1924 werd de Hoofdcursus uit Kampen overgeplaatst naar de Kon. Mil. Academie, zodat vanaf dat jaar de Hoofdcursus officiersopleiding voor beroepsofficieren in Breda was ondergebracht. Deze maatregel had zowel bezuiniging als gedeeltelijke opheffing van de Hoofdcursus ten doel.
Om die reden werd Luitenant-kolonel met ingang van 1 oktober 1923 eveneens belast met de waarneming van Directeur van de Hoofdcursus en op die dag kwamen de leerlingen uit Kampen naar Breda aan waar zo door hun nieuwe commandant werden verwelkomd.
Op 6 december 1923 werd Luitenant-kolonel van Everdingen benoemd tot Gouverneur der KMA, tevens Directeur van de Hoofdcursus, van de cadettenschool en van de cursus bij het wapen der Infanterie; omdat de cadettenschool te Alkmaar begin oktober 1924 was gesloten, nadat in de zomer van 1923 geen cadetten meer tot de Cadettenschool werden toegelaten.
De daar toen nog aanwezige leerlingen werden bij de KMA gehuisvest, teneinde voor het laatste jaar hun opleiding te ontvangen aan de HBS te Breda (Het uiltje van de cadettenschool siert thans nog het Lesgebouw).
Nadat hij op 1 oktober 1924 bevorderd was tot Kolonel der Artillerie volgde twee jaar later zijn benoeming tot generaal-majoor.
Tijdens zijn gouverneurschap werd op 4 mei 1926 het Etnografisch Museum der KMA in het Huis Justinus van Nassau ( vroegere Gouverneurshuis) geopend, in tegenwoordigheid van de toenmalige Minister der Koloniën Dr. Koningsberger.
Op 9 juni 1927 waren de cadetten en de leerlingen der Hoofdcursus vertegenwoordigd bij de begrafenis te Amsterdam van Luitenant-generaal J.B. van Heutz, oud gouverneur van Nederlands-Indië.
In 1928 werd op uitbundige wijze het honderdjarige bestaan  van de KMA gevierd. De Academiefeesten werden gehouden van 17 t/m 20 oktober 1928, waarbij de 17e oktober de feestdag was voor de Bredase burgerij. De feestelijkheden die door honderden reünisten werden bijgewoond, werden opgeluisterd door de aanwezigheid van H.M. Koningin Wilhelmina, Z.K. H. Prins Hendrik en H.K.M. Princes Juliana.
Bij deze feesten werd aan de KMA een bronzen herinneringslegpenning geschonken, waarbij ook aan Generaal-majoor van Everdingen eer werd bewezen blijkens de tekst: ”Aan de Kon. Mil. Academie tijdens het Gouverneurschap van Generaal-majoor van Everdingen”.
Op 1 september 1929 werd aan de Generaal-majoor van Everdingen eervol ontslag uit de militaire dienst verleend als Luitenant-generaal der Artillerie.
Kort na zijn pensionering had op 11 november 1929 een kleine plechtigheid plaats op het Gemeentehuis Breda. De toenmalige burgemeester van Breda Mr. Dr. W.G.A. van Sonsbeek, bood – namens een 25 tal vooraanstaande ingezetenen- aan Luitenant-generaal  van Everdingen een bronzen borstbeeld aan. Het door G. van Aalst vervaardigde borstbeeld werd door Luitenant-generaal van Everdingen bestemd om opgesteld te worden op de Kon. Mil. Academie.
Na een kort ziekte overleed de generaal te Arnhem  op 19 augustus 1939.
Zijn stoffelijk overschot werd op 23 augustus 1939 te Velsen gecremeerd, in tegenwoordigheid van vele autoriteiten en belangstellenden.
De toenmalige gouverneur der KMA, Generaal-majoor H.Ch. G. Baron van Lawick sprak tijdens deze plechtigheid waarderende woorden over de Generaal van Everdingen.
“Gedurende een periode van dertig jaar was hij aan de KMA verbonden in bijna al zijn officiersrangen. Reeds als luitenant was hij 9 jaar lang leraar en later was hij gedurende 7 jaar als luitenant en kapitein-adjudant van de Gouverneur. Als hoofdofficier werd hij benoemd tot Eerste Officier en als Generaal was hij Gouverneur en Directeur van de Hoofdcursus. Gedurende vele jaren heeft hij zijn grote gaven van hoofd en hart aan de opvoeding van de cadetten gegeven. Hij deed dit met een ongeëvenaarde wilskracht en groet liefde voor zijn taak. Wij zullen zijn energieke persoonlijkheid in hoge ere houden en hem altijd blijven beschouwen als een groot Gouverneur der KMA. Wie zo heengaat heef zijn aardse roeping vervuld”.
Ook in de gemeente Breda was Generaal van Everdingen een geziene figuur. Dat bleek bij de eeuwfeesten der KMA in 1928 en bij zijn afscheid in 1929. Voor zijn grote verdiensten werd hij benoemd tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau en Ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.


 

STAAT VAN DIENST
1887 - 1890 Leerling van de Artilleriecursus te Delft (Hoofdcursus tot opleiding van officieren
4 nov 1890 Benoemd tot 2e Luitenant der Artillerie en geplaatst bij de 9e Compagnie van het 2e Regiment Vestingsartillerie te Naarden
1891 Overgeplaatst naar de 8e Compagnie van het 2e Regiment vestingsartillerie te Naarden
1894 - 1896 Luitenant van het materieel van het 1e Regiment vestingsartillerie te Zwolle
2 april 1896 Bevorderd tot 1e luitenant der Artillerie
1 sept 1896 - 1 aug 1905 Leraar in de Artilleriewetenschappen aan de K.M.A.
1 aug 1905 - 1 sept 1912 Adjudant van de Gouverneur der KMA in de rang van 1e Luitenant en kapitein der artillerie
1 febr 1909 Bevorderd tot kapitein der artillerie
1 sept 1912 Overgeplaatst naar het 4e Regiment Vestingsartillerie en gedetacheerd bij de IIe Afdeling van het Departement van Oorlog
1915 - 1916 Adjudant van het Minister van Oorlog.
1916 Overgeplaatst naar de houwistercompagnie van het 2e Bataljon van het 3e Regiment Vestingsartillerie te utrecht
1917 - 1918 Bij het 3e bataljon van het 3e Regiment Vestingsartillerie te 's-Gravenhage
1 maart 1918 Bevorderd tot Majoor der Artillerie bij de staf der Artillerie
16 mrt 1918 - 6 dec 1923 eerste officier aan de Kon. Mil. Academie
1 febr 1922 Bevorderd tot Luitenant-kolonel der artillerie
1 mrt 1923 - 6 dec 1923 Waarnemend Gouverneur der K.M.A.
6 dec 1923 - 1 sept 1929 Gouverneur der Kon. Mil. Academie, tevens Directeur van de Hoofdcurusu (tot 1 aug 1928).
1 sept 1924 - 1 okt 1925 Waarnemend Directeur van de Cadettenschool
1 okt 1924 - 1 sept 1929 Waarnemend Directeur van de curus bij het wapen der Infanterie
1 okt 1924 - 1 sept 1929 Waarnemend Commandant van de school Verlofofficieren der Militaire Administratie
1 okt 1924 Bevorderd tot Kolonel der artillerie
1 okt 1926 Bevorderd tot generaal-majoor
1 sept 1929 Eervol ontslag uit de militaire dienst als Luitenant-generaal
19 aug 1939 Overleden te 's-Gravenhage
   

 


 

Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
Ereteken voor langdurige dienst als officier met het cijfer 35
Commandeur 1e klasse in de Orde van het Zwaard (Zweden).

 

 


 

Borstbeeld van Gouverneur van Everdingen

Borstbeeld van Gouverneur van Everdingen. Vervaardigd door G. van Aalst en aangeboden door de toenmalige burgemeester Mr. Dr. W.G.A. van Sonsbeek, namens een 25-tal vooraanstaande ingezetenen van Breda.

100 jaar KMA met Gouverneur van Everdingen

Onderschrift bij foto uit krant

De 100-Jarige Koninklijke Militaire Academie te Breda, Die weldra jubileert, heeft ± 6000 officieren opgeleverd.
Foto: De Gouverneur der K.M.A., Generaal-Majoor G.G. van Everdingen (zittend rechts) met zijn staf.
Zittend, links: Dirigeerend Offcier van Gezondheid 2de klas T. Reddingius, Chef van den Geneeskundigen Dienst.
Staane van links naar rechts: Majoor R.G.G. Riegen, Administrateur van de K.M.A..: Majoor J.H. Fruyt van Hertog. Leeraar; Majoor J. Govers, Leeraar; Eerste Luitenant  J. Blokhuis, Adjudant van den Gouverneur.
De oprichting van de KMA bij Koninklijke Besluit door Z.M. Koning Willem I, geschiedde, omdat duidelijk was gebleken, dat bij verschillende instellingen van militair onderwijs uit de 17e en 18e eeuw, ten opzichte van de opleiding tot officier, de vereischte eenvormigheid ten eenenmale ontbrak. Z.K.H. Prins Frederik wijdde de KMA 24 november 1828 plechtig in. Tal van officieren, van de jubileerende Instelling afkomstig, hebben in het leger hier te lande of in de Koloniën uitgeblonken en velen onder hen hebben bovendien in hooge bestuursfunctiën verdienstelijk gemaakt.
Minister van Oorlog: De Generaals Jhr. De Casembroot, Deprat, Van den Bosch, Cool, Berganisius, Kool, Eland: Minister van Marine: Schout-bij-Nacht Dyserinck, Vice-Admiraal Kruys; Minister van Koloniën: De heer Idenburg (officier van het O.-I. Leger); Gouverneur van Ned.-Indië: Generaal Rooseboom

 

Majoor van de Generale Staf J.M. van der Star.
Gouverneur der KMA van 1871 - 1872
Gouverneur Star

 

Voorganger
A. Engelvaart
Overzicht Gouverneurs Opvolger
A. Engelvaart

 

Johannes Mattheus van der Star werd geboren in het jaar 1827 en nadat hij een officiersopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie had gevolgd werd hij in 1845 benoemd tot 2e Luitenant bij het wapen der Artillerie. Na zijn benoeming tot officier werd van der Star geplaatst bij de 9e Compagnie van het 2e Regiment artillerie te Bergen op Zoom, waarna hij in 1846 werd overgeplaatst naar de 7e Compagnie van hetzelfde Regiment, eveneens te Bergen op Zoom In 1848 volgde zijn plaatsing bij de 7e Compagnie van het 2e Regiment Vestingartillerie in dezelfde standplaats, weliswaar voor korte tijd, want in 1849 werd hij overgeplaatst naar het Korps Pontonniers, dat toentertijd in administratie was bij de Veldartillerie.
Op 14 november 1851 werd de 2e Luitenant van der Star tewerkgesteld op de Koninklijke Militaire Academie en ingedeeld bij de 4e Compagnie Cadetten, terwijl hij tevens theorie en praktijk gaf in de artilleriewetenschappen.
In november 1852 werd van der Star bevorderd tot 1e Luitenant der artillerie en ingedeeld bij de Generale Staf. Hij bleef echter op de K.M.A. werkzaam tot 1 september 1853 toen hij werd overgeplaatst naar de Militaire Verkenningen.
De functie bij Militaire Verkenningen werd door hem vervuld tot 1856 toen hij werd gedetacheerd bij het Topografisch bureau van het Ministerie van Oorlog en nadat hij van 1859-1860 een functie had vervuld bij het 3e Regiment Dragonders, volgde in 1860 zijn terugplaatsing bij het Topografisch bureau.
In 1861 werd de toenmalige Kapitein van der Star benoemd tot adjunct-chef van de Staf en waarnemend-adjudant van de 1e Militaire Afdeling in Noord-Brabant met als standplaats 's-Hertogenbosch.
In 1864 werd van der Star belast met de werkzaamheden “betrekkelijk de militaire mouvementen''.
Nadat in november 1868 de voorlopige Stafschool te Haarlem werd opgeheven werd in Breda een Stafschool opgericht, die als zodanig tot 1 november 1875 heeft bestaan. Aan deze Stafschool werd Majoor van der Star tot Directeur benoemd en hij zou deze functie uitoefenen van 1868 tot 1874.
Nu was er in 1871 in de leiding van de K.M.A. een plotselinge verandering gekomen, omdat de toenmalige Kolonel Engelvaart was aangezocht om Minister van Oorlog te worden.
Dientengevolge werd het bestuur over de K.M.A. voorlopig opgedragen aan de toenmalige Kommandant (= 1e Officier) Kolonel der Artillerie A. J. A. Gerlach, die echter om gezondheidsredenen al spoedig op non-activiteit werd gesteld.
Bij besluit van de Koning werd de Majoor van de Generale Staf van der Star benoemd in de dubbele functie van waarnemers Gouverneur en commandant van de Koninklijke Militaire Academie.
Op 26 januari 1871 arriveerde Majoor van der Star op de K.M.A. en vanaf die datum vervulde hij de functie van Gouverneur. De functie van commandant werd door hem waargenomen vanaf 4 februari 1871.
Het stond reeds van tevoren vast, dat deze functies van tijdelijke aard zouden zijn en op 14 februari 1872 werd Majoor van der Star dan ook eervol van deze tijdelijke functies ontheven toen een nieuwe Gouverneur werd benoemd.
Een grote carrière bleek nog voor hem te zijn weggelegd. Nadat hij in 1874 als Luitenant-kolonel was toegevoegd aan de Chef van de Generale Staf bleef hij in deze functie gehandhaafd toen hij in 1875 tot Kolonel werd bevorderd, maar in 1876 werd hij belast met de functie van Hoofdintendant van het leger.
In november 1877 werd Kolonel van der Star bevorderd tot Generaal-majoor en in dezelfde maand werd hij benoemd tot Chef van de Generale Staf, een functie die door hem tot aan zijn pensionering in 1890 zou worden uitgeoefend. Deze verdienstelijke officier overleed in het jaar 1904 te 's-Gravenhage, en verdiende ten volle de levende woorden die over hem werden gesproken door Luitenant-generaal F. de Bas, in diens feestrede op 11 maart 1914 t.g.v. het eeuwfeest van de Generale Staf.

 


 

STAAT VAN DIENST
23 juni 1845 2e Luitenant der Artillerie en ingedeeld bij het 2e Regiment Artillerie.
Vanaf 1848 bij het 2e Regiment Veldartillerie
14 nov. 1851-1 sept. 1853 Tewerkgesteld op de K.M.A. bij de 4e Compagnie cadetten.
Tevens belast met artillerie Instructie.
5 nov. 1852 Bevorderd tot 1e Luitenant en ingedeeld bij de Generale Staf.
1 sept. 1853 Overgeplaatst naar Militaire Verkenningen.
3 oct. 1857 Bevorderd tot Kapitein van de Generale Staf.
1861-1864 Geplaatst bij de 1e Militaire Afdeling te 's-Hertogenbosch als adjunct-chef van de Staf en waarnemend adjudant
1864-1868 Belast met de werkzaamheden ,,betrekkelijk de militaire mouvementen''.
27 oct. 1868- 1874 Directeur van de Stafschool te Breda.
2 nov. 1868 Majoor van de Generale Staf.
26 jan. 1871- 14 febr. 1872 Gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie. Tevens Kommandant van de KMA
24 nov 1872 Luitenant-kolonel van de Generale Staf
1874 Toegevoegd aan de Chef van de Generale Staf.
20 mei 1875 Kolonel van de Generale Staf.
8 nov. 1877-16 mei 1890 Chef van de Generale Staf
8 nov. 1877 Generaal-majoor
16 mei 1890 Met pensioen
27 mei 1904 Overleden te 's-Gravenhage,

 


 

ONDERSCHEIDINGEN
Commandant in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Ereteken voor langdurige dienst als officier met het cijfer 40|.
Ridder in de Orde van de Eiken   Kroon (Luxemburg).
Ridder 1e Klasse in de Orde van Philips de Grootmoedige
(Hessen-Darmstadt).
Commandeur van loet Legioen van Eer (Frankrijk) Commandeur van de Militaire Orde van Portugal.

 

Generaal-majoor van de Koninklijke Luchtmacht Mr. S. van Groningen
Gouverneur der KMA van 2007-2010

 Gouverneur van Grongingen

Voorganger
Drs A.G.D. van Osch
Overzicht Gouverneurs opvolger
Ir. R.G. Tieskens

 


 

Pagina's zijn nog in bewerking


 

STAAT VAN DIENST
6 oktober 1952 Geboren in Rotterdam
1974 - 1978 Opleiding aan de K.M.A.
2007 Benoeming tot Commandant Militaire Academie te Breda
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   

 


 

ONDERSCHEIDINGEN
C