Luitenant-generaal der Artillerie J.P.C. van Overstraten
Gouverneur der KMA van 1861 - 1867.

Gouverneur Overstraten

 

Voorganger
I. Scheltus
Overzicht Gouverneurs Opvolger
A.C.A. Schönstedt

Loopbaan

 

Jacobus Pieter Carel van Overstraten werd op 27 oktober 1801 te Bergen op Zoom geboren uit een voornaam burgerlijk geslacht.
Op 15 jarige leeftijd werd hij als cadet toegelaten op de Artillerie- en Genieschool te Delft, waarna hij in september 1820 werd benoemd en aangesteld tot 2e luitenant bij het 1e bataljon veldartillerie.
Nadat hij in 1826 was bevorderd tot 1e luitenant werd hij in de periode 1830-1834 ingedeeld bij het Mobiele Leger en in de jaren 1830 en 1831 nam hij deel aan de krijgsverrichtingen die een gevolg waren van de Belgische opstand.
Hier wist hij zich al spoedig te onderscheiden en in 1830 werd hem vanwege uitnemende daden van moed, beleid en trouw de Militaire Willemsorde toegekend, omdat hij bij een gevecht in de nabijheid van Mechelen waar hij met zijn sectie Artillerie belast was met de verdediging van een brug, moedig bleef standhouden ook toen andere troepen achteruitgingen.

Doordat hij persoonlijk een vuurmond bediende inspireerde hij hierbij zijn manschappen op bijzondere wijze.
Tot 1836 bracht hij enige jaren door in Noordbrabantse kantonnementen.
Toen in 1836 de Koninklijke Militaire Academie weer werd heropend werd de toenmalige 1e Luitenant van Overstraten daar geplaatst en ingedeeld bij de 2e compagnie Cadetten, terwijl hij tevens als leraar theoretische en praktische instructie gaf in de artillerie wetenschappen. Ook nadat hij in 1837 tot kapitein was bevorderd bleef hij op de K.M.A. werkzaam.
Van 1 mei 1839-30 oktober 1843 was hij niet alleen leraar in de Artillerie wetenschappen maar tevens fungerend hoogleraar in de wis- en natuurkunde.

Dat hij deze taken op goede wijze heeft vervuld, blijkt wel uit de verschillende leerboeken, die door hem werden geschreven en door de vele en belangrijke proefnemingen op het gebied van de Artillerie, waarbij hij als leider of als adviseur optrad.
In april 1846 werd van Overstraten benoemd tot Commandant van de 2e Cadettencompagnie, maar tevens bleef hij onderricht geven in de Artillerie wetenschappen en was hij belast met de leiding van het wapen der Artillerie.
Toen hij in 1852 werd benoemd tot majoor bij het regiment Veldartillerie zag het er naar uit dat aan zijn 16-jarig verblijf op de K.M.A. een einde zou komen, maar de legerleiding probeerde hem te bewegen op de K.M.A. te blijven en nog voordat hij zijn bestemming had gevolgd werd van Overstraten in oktober 1852 benoemd tot commandant (1e Officier) op de K.M.A.

Deze benoeming duidde er op, dat hij nog geruime tijd op de Koninklijke Militaire Academie werkzaam zou blijven en zoals later bleek, zouden dit de jaren zijn van 1852 tot 1867.
In 1855 werd van Overstraten bevorderd tot Luitenant-kolonel en in 1857 volgde zijn bevordering tot kolonel van de Artillerie. In maart 1861 werd Kolonel van Overstraten benoemd tot Gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie onder gelijktijdige bevordering tot Generaal-majoor der Artillerie.
In 1866 viel hem nog de eer te beurt te worden bevorderd tot Luitenant-generaal. In januari 1867 vroeg Luitenant-generaal van Overstraten pensioen aan na 50 jaar in het Nederlandse leger te hebben gediend, waarvan hij de periode 1836-1867 onafgebroken in verschillende functies op de Koninklijke Militaire Academie had doorgebracht.

De laatste jaren van zijn Gouverneurschap behoorden niet tot de gelukkigste van zijn carrière. Op de K.M.A. hadden zich in 1866 ongeregeldheden voorgedaan, die echter geenszins aan zijn beleid moeten worden geweten, maar toch barstte er in het gehele land de nodige kritiek los, die voornamelijk tegen hem was gericht.
De macht van de Gouverneur was in die tijd zeer beperkt. Hij stond als het ware onder voogdij van een "Commissie van Inspectie" door wier handen de meeste voorstellen, die de K.M.A. betroffen, gingen alvorens deze het “Hoge” krijgsbestuur bereikten.
Toen er van Departementszijde verbeteringen werden aangebracht in het verouderde onderwijsstelsel gebeurde dit echter op een voor de Gouverneur zo weinig vleiende wijze, dat Generaal van Overstraten meende zijn ontslag als Gouverneur te moeten aanvragen.
Generaal van Overstraten heeft vele goede diensten aan de K.M.A. bewezen en de leerboeken door hem geschreven, werden vele jaren na zijn tijd nog gebruikt.
Maar niet alleen als man van wetenschap, ook als mens stond hij hoog in aanzien. Een diep gevoel van plicht, een grote mate van wilskracht, eerlijkheid in woord en daad waren in hem verenigd en bovenal was hij rechtvaardig.
Zijn verdiensten bleven niet onopgemerkt. Niet alleen werden hem een aantal belangrijke onderscheidingen verleend, maar in 1864 viel hem ook de eer te beurt om te worden benoemd tot Staatsraad in buitengewone dienst.